Een variante van de Sentiero Cristallina (Zwitserland – Augustus 2025)

Cedric had me uitgenodigd voor een tripje naar de bergen om samen wat ervaring op te doen. Hij koos voor de Sentiero Cristallina en met wat puzzelen met de stafkaart kwam er een variante uit de bus. We treinden vlotjes met DB naar Basel waarna het tiptop Zwitserse treinverkeer ons in Locarno afzette. Daar aangekomen bleek het heel heet te zijn. Ideaal om na 8u30 treinen de beentjes te strekken en naar de camping te wandelen. De camping lag wat uit de stad met een rustig zicht op de bergen. We overliepen nog even de opties en het besluit werd gemaakt: morgenvroeg nemen we de bus (enkele overstapjes) naar Funivia San Carlo-Robiei waar we met het liftje snel hoogte winnen. Overmorgen geven ze minder goed weer en dan willen we toch al wat genoten hebben van de bergen. We maken er een lus naar het Westen en vervolgens zien we of we een brede lus naar het Oosten kunnen koppelen aan de Sentiero Cristallina.

Locarno – Robiei – Caralina (7,6km, 742m stijgen, 400m dalen)

Cedric en ik slapen als een roosje onder onze tarps, al was de nacht ook vrij warm. Slaapzakken waren nog niet nodig want het bleef een goede 20°C tijdens de nacht. We staan om 6u op en nemen een klein uurtje later onze eerste bus. Deze brengt ons terug naar een kruispunt in Locarno waar we onze tweede bus nemen. Alles sluit mooi aan op elkaar en met ons Ticinoticket (ticket dat we kregen bij de camping omdat we er verbleven) kunnen we gratis met het openbaar vervoer op pad. In het mooie bergdorpje Bignasco stappen we opnieuw over op een andere bus die ons naar de liftjes brengt. De route is mooi, met her en der kleine dorpjes met oude maar duidelijk gerenoveerde huisjes, watervallen, een snel stromende rivier en soms ook een nog resten van de landslides die we vaker en vaker zien in de bergen. We staan om 8u50 aan het liftje om ons snel naar grotere hoogte te brengen (+900m).

Na een korte sanitaire stop gaan we op pad. We nemen een mooi pad dat zigzagt via de Pianca Rossa naar L Arz, waar enkele hutjes staan. Er is ook een kraantje waardoor we onze watervoorraad al meteen bijvullen. Het is bakken in de zon. Een koppel met hond verstoort soms het wandelritme omdat de hond heen en weer loopt over het pad en we telkens wat plaats maken voor het brave beestje op dat smalle pad. Cedric beseft ondertussen in wat voor landschap hij terecht gekomen is: de Basodino gletsjer laat zich goed zien terwijl we hoger terrein blijven opzoeken. We stijgen verder tot we aan het Lago Dei Matörgn (2450m komen). We installeren ons aan het water voor de lunch. Terwijl ik mijn voeten in het frisse water steek maakt Cedric een warme maaltijd klaar. Hij smult van zijn Real Turmat-maaltijd terwijl ik wraps eet.

Er zijn nog enkele wandelaars maar het is duidelijk dat we niet zo veel volk meer gaan tegenkomen vandaag. Het is rustig. Na een fijne rustpauze zijn de voeten wat afgekoeld en trekken we onze schoenen weer aan. We gaan nu over een iets technischer pad dat her en der wat grote rotsen, grasland en blokkenterrein combineert op de flanken van Pizzo Fiorina. We dalen nu eventjes om dan weer te stijgen tot de col. Deze Bocchetta di val Maggia (2634m) vormt de grens tussen Zwitserland en Italië. We pauzeren even en kijken waar we willen bivakkeren en welke route we willen nemen. Er zijn nog enkele opties en besluiten eerst een stukje af te dalen tot de kruising van paden. Het is prachtig dalen met zicht op de bergen en de gletsjer. Er is ook zeer duidelijk een morene te herkennen en de vallei onder de gletsjer heeft een snel stromende rivier die meandert tussen het grijze puin en de groenige flanken vol pluisjesgras. We nemen het rustig in ons op en genieten met volle teugen.

We besluiten het pad te volgen dat ons naar Randinascia brengt. Hier zoeken we ons een goed plekje voor de bivakzakken en de tarps, niet te ver van de rivier om water bij te tanken maar ook een chocomousse op te laten stijven na 5min. kloppen met een klein vorkje. We verfrissen ons en laten de avondmaaltijd smaken. De eerste indrukken van bergwandelen zijn alvast zeer positief weet Cedric me te vertellen. Ik ben blij want het is niet voor iedereen altijd even plezant. Gelukkig heeft hij een goede conditie, al heel wat ervaring met bivakkeren in België en stak hij heel wat tijd in de planning zodat hij toch een beetje een idee had van wat hij ervan mocht verwachten. En gelukkig overtrof deze eerste dag toch al zijn verwachtingen.

Caralina – Lago Del Corbo (12,6km, 1115m stijgen, 850m dalen)

Na een zeer rustige nacht merken we ’s ochtends dat de weersvoorspellingen met regen weinig waarschijnlijk zijn. We gaan ambitieus op pad en om 8u30 zijn we al volop aan het afdalen naar de Albergo Robiei waar Cedric zijn dagelijks dosis koffie consumeert (in een light versie blijkt achteraf). We kopen ons ook een cola voor onderweg en gaan weer op pad.

We wandelen over de stuwdam van Lago Di Robiei en zijn onder de indruk hoe ze dat hier toch ooit allemaal gebouwd hebben. De zon brandt en we moeten nog een pak stijgen. We doen dat rustig nu Cedric ontdekt heeft dat je met meerdere snelheden bergop kan (eerder was het volle gas bergop). Hij leidt ons met de stafkaart rond de nek over een breed pad naar een volgend meer. De route is nu de échte Sentiero Cristallina (route nr. 59). We praten ronduit over ons werk, onze families en gezinnen. Het gaat vlot vooruit. In de schaduw eten we nog iets kleins voor we aan een stevig klimmetje beginnen. Aan de Lago Bianco nemen we de afslag in Oostelijke richting en op een kruising van paden gaan we weer van de officiële route af. We pikken het pad op naar Lago Nero (2388m). We gaan verder over de flanken onder de Cima Delle Donne om nog een klein beetje te stijgen tot de Bocchetta Del Lago Nero (2563m). Opnieuw kiezen we voor een uitgebreide lunchpauze. Ik kies voor wraps en ja hoor, bij 25°C eet Cedric nog steeds een warme maaltijd als lunch. Gelukkig drinken we er veel water bij. We zitten ondertussen al aan 4,5l die we elk gedronken hebben.

We dalen af over een stukje puinhelling en blokkenterrein. Hier gaat het traag want dit is de eerste keer dat Cedric hiermee kennis maakt. Niet evident maar hij doet dat prima. Rustig en gestaag gaat het naar beneden. We zoeken nu naar de wit-rood-witte markeringen die ons door het landschap leiden. Een pad is er niet echt meer en we lopen dus van het ene naar het andere heuveltje om opnieuw 200m verder een nieuw teken te spotten. Het is opnieuw een prachtige vallei met meertjes, groene grasvelden met pluisjesgras en rotsflanken. We tanken nogmaals onze waterzakken vol en pikken een pad op dat ons opnieuw naar een col leidt. We zijn vlakbij de Rifugio Sasso Nero maar gaan nog wat verder om onze bivakplek te bereiken. Het is puffen maar het gaat alsnog goed vooruit.

We zijn een uur voor op schema. Aan de Passo Del Sasso Nero (2419m) waait het eindelijk wat. Ideaal om wat te bekomen van de beklimming. We dalen opnieuw af via een blokkenterrein en Cedric gaat hier al een pak vlotter over. Zijn conditie is goed en hij zet hetgeen hij eerder al leerde meteen weer in om tempo te houden. We komen nu aan een nieuw stuwmeer Lago Del Narét (2308m). Hier staan heel wat campers dus we trekken nog wat verder in Westelijke richting naar Lago Del Corbo (2349m). Er staat wat wind maar met wat aanpassingen staan onze tarps stevig recht om de nacht te doorstaan. De zon verdwijnt achter de bergflank van Cristallina en het is meteen wat aangenamer. Ik heb na het wassen zelfs even een fleece nodig om me warm te houden. Cedric heeft ook zijn trui aangetrokken. We eten wat en blikken vooruit op wat we morgen gaan doen. We kruipen onder de wol want het was toch wel een stevige dag.

Lago Del Corbo – Airolo (14,5km, 408m stijgen, 1450m dalen)

We worden wakker zonder een zuchtje wind. Het is warm en aangenaam. We ruimen op en beseffen dat het al de laatste dag van onze trip is. We gaan na het ontbijt vlot op pad en beginnen aan de zigzag naar de Passo Del Narét (2437m). De afdaling gaat vlot. Heel vlot. We ontmoeten een Nederlands gezin en praten wat over onze tocht. Niet veel later komen we aan een riviertje waar we nog wat water bij tanken want het is alweer een warme dag. Na de rivieroversteek komen we opnieuw op de officiële route van de Sentiero Cristallina. We huppelen naar beneden en komen nu ook wat dagjeswandelaars tegen.

Op ons pad vinden we ook wat koeien. De bellen rond hun nek kondigen hun grazende activiteiten aan. We slingeren door de Cristallina vallei naar beneden tot aan een boerderij (1800m). Nu gaat het smalle pad over in een karrenspoor en we wandelen nu langs elkaar. We volgen nu de markeringen en het pad stijgt regelmatig om dan niet veel later opnieuw wat te dalen. Het is puffen maar in de bosrijke flanken kunnen we genieten van schaduw. Na een lunch in de schaduw (ja, opnieuw warme lunch voor Cedric) komen we niet veel later aan Ristorante La Stüa waar we iets drinken. We hebben de optie om een liftje naar beneden te nemen maar kiezen voor een zigzag door de mooie bossen onder de Sasso Della Boggia. Cedric houdt het tempo erin en voor we het weten staan we op een asfaltweg. We wandelen nu naar het dorpje waar ons hotel en douche wachten. Knal tegenover het station zodat we morgenvroeg vlotjes de trein kunnen nemen. Prima geregeld door Cedric. Wat is het fijn om gewoon eens mee te kunnen gaan!

Praktische info

Kaartenmateriaal

We gebruikten de 1:25.000 kaarten van het Zwitserse Topografische Instituut maar eigenlijk ben je meer met een topogids of toeristische kaart. Je kan heel de route makkelijk online vinden zoals op deze officiële pagina met zicht op de stafkaarten. De routes die wij deden waren allen bergwandelpaden, al flirtte sommige stukjes met een alpine pad. Het blokken- en puinterrein op dag 2 is niet voor beginnende bergwandelaars.

Vervoer

Je geraakt in de streek met het openbaar vervoer (trein tot in Lacarno of Airolo). In de streek is ook een prima busverbinding om in heel wat dorpjes te starten of om tijdig je liftje in San Marco te halen. Met de wagen kan je het niet sneller doen dan wij deden met Deutsche Bahn. Al onze treinen reden stipt, met uitzondering van mijn trein in België die me van Brussel naar Diest moest brengen.

Bevoorrading en overnachting

In Locarno zijn er diverse winkels. Idem in Airolo. Op de route kan je eten en bevoorraden in de diverse hutten. Er zijn niet alleen officiële SAC hutten maar ook berghotels of simpele rifugio’s. Wij kozen om te bivakkeren (dat mag er boven de boomgrens en indien het minstens een uur wandelen is van een hut). Er waren talrijke prachtige bivakplekken.

Plaats een reactie