Net zoals de voorbije jaren mocht ik met een groep van 7 deelnemers naar de Belledonne trekken voor de afronding van de opleiding tot zelfstandig bergwandelaar. Evi, Jelbrich & Pieter, Birger, Jorn, Mark en Thomas volgden al een eerste en tweede module om dan naar de Franse bergketen te trekken. Omdat ik de streek al eens bezocht in juli of augustus vond ik het wel tijd om er eens in juni op pad te gaan. Beetje sneeuw, weet je wel. Zo gezegd zo gedaan.
We spreken af in de Auberge de Virage in Chamrousse waar we nog even het materiaal controleren alvorens een laatste warme maaltijd te nuttigen aan een tafel. De komende dagen zullen er niet veel tafels meer tegengekomen worden. Er is wat ongerustheid te merken in de groep over de mogelijk te nemen routes aangezien er veel sneeuw gevallen is de voorbije weken en het afsmelten maar traag verloopt. Facebookgroepen over de Belledonne of erin gelegen hutten maakten die ongerustheid niet kleiner omdat er sprake was van noodzakelijke stijgijzers en ijsbijlen voor het oversteken van de cols.
Liftjes pakken tussen de downhill bikers
8.91km / 538m stijgen / 743m dalen
Op zondagochtend is er al veel beweging in het normaliter rustige Chamrousse. Downhill bikers stromen op deze zonnige ochtend en masse toe om de liftjes te nemen die voor een wedstrijd vroeger open zijn. Een vriendelijke dame verkoopt me onze tickets voor de cabientjes en hop we zijn vertrokken aan ons avontuur. We maken enkele foto’s op de top en Evi mag meteen voorop lopen om de groep de weg te wijzen. We komen op Col de la Botte al snel aan een eerste ijsmassa waarbij we staptechnisch al een kleine oefening maken om op ijzige sneeuw te wandelen. We gaan verder via Col des Lessines om de eerste technische afdaling te nemen naar Lacs Robert. Daar pauzeren we even om vervolgens wat staptechnieken over blokken en losliggende stenen te oefenen. Het stijgen verloopt vlot en na een kruising laten we het GR-pad achter ons om onder leiding van Jorn een poging te doen om dead slow te stijgen. Het is ook hier dat we meteen ook onze eerste sneeuwpassages voorgeschoteld krijgen.




We lunchen eerst rustig om dan enkele valoefeningen in de sneeuw te maken. We traverseren enkele grotere sneeuwvlakken en dalen af over een grote sneeuwplaat: steil en uitdagend gaat het over een riviertje dat onder ons door stroomt. De sneeuwplaat is nog dik genoeg en ook de steilere stukken nemen we vrij vlot. Een pauze is nodig om wat op krachten te komen na het vele sporen. Mark neemt de kop en leidt ons naar Lac David (2220m). De sfeer is goed maar het tempo mag wat omhoog om een beetje een planning te kunnen houden. Van het pad is nog niet veel te zien dus wandelen we over rotsen en over sneeuwveldjes. Soms is het opletten voor smeltwater of aan de rand van sneeuwvlakken waar de stenen verraderlijk kunnen zijn als we door de sneeuw schieten met onze boots. Het gaat vooruit maar we nemen onze tijd op sneeuwvelden. Veiligheid eerst.


We gaan verder tot aan de Refuge de la Pra waar we een langere pauze houden. Het is aangenaam in het zonnetje. We zijn er niet alleen. We bekijken de opties en komen als snel tot de conclusie dat stijgen naar de Lacs de Doménons geen veilige route inhoudt. We kiezen voor de afdaling richting Lac du Crozet, net voorbij de Col de la Pra (2170m). We zoeken ons een bivakplekje en installeren na enkele oefeningen onze tentjes. Het is nu 19u en we eten rustig in groep. De maaltijden worden gesmaakt want de dag vergde toch al wat: voor velen de eerste keer sneeuwvelden oversteken, navigeren in de bergen op kaart met een groep in het kielzog, stijgen en dalen over ruwer terrein… We worden op dag één ook al verwend: enkele marmotjes komen eens kijken naar hun nieuwe buren en ook een magere steenbok (het is vroeg in het seizoen) laat zich al lustig fotograferen bij een ondergaande zon.
We overlopen nog even wat touwtechnieken, bepalen de route voor morgen en bekijken met ondersteuning van Jorn (hij heeft een gloednieuw toestel) de werking van een GPS en noodbaken en gaan dan met veel overtuiging slapen.






Lac du Crozet – Habert des Jarlons
16.2km / 975m stijgen / 1173m dalen
We gaan om 9u op pad. Maar eerst zorgt Thomas voor een gepaste opwarming. We laten het meer aan onze westelijke zijde en stappen vlot door aangezien de puinhelling als weinig stabiel aangegeven staat. Het is opletten voor vallende stenen op sommige plekken maar gelukkig blijft alles op zijn plaats liggen. We maakten gisterenavond al de risico-analyse dat de Col du Loup (2380m) geen optie was zonder stijgijzers. De wirtenhulp in de Refuge de la Pra bevestigde ons dat ook nog even. We kiezen dus voor de bosrijke flanken. Tot den treurens toe vraag ik “waar zitten we” en gaan we door een zonovergoten bosrijk terrein verder. Waar het eerst zigzagt gaat het pad over in een smal strookje op een steile helling. Birger daagt me uit over de juiste locatie, zwaaiend met een app op z’n smartphone. Handig blijkt dat later als we de vergelijking maken met de Osmand-app van Mark. We gaan over het smalle en toch wel onvergeeflijke pad (als je valt ben je voor enkele tientallen meters vertrokken) en passeren we in de schaduw de Ruisseau de la Combe de Lancey en de Ruisseau de la Grande Sitre. We lunchen bij een open plek in het bos en zweten ons te pletter. Naar het toilet gaan wordt een verhaal op zich. Open communicatie is alvast geen uitdaging voor de meesten ;). Na heel wat afwisseling vooraan de groep om de juiste weg aan te geven loopt Evi, onze judoka van de bende, voorop. “Welk pad zouden we gezien moeten hebben” vragen meerdere deelnemers als ik weer eens doorvraag over de locatiebepaling.




We dalen om dan weer te stijgen tot Ravin des Excelleces waar we een langere pauze houden om drinkwater bij te vullen en de voeten wat af te koelen in het verfrissende water van Ruisseau de Vors dat naar beneden dondert vanuit Lac Blanc. Enkele werklui liggen even te rusten. Ze hebben net de brug over de rivier opnieuw afgewerkt zodat deze bruikbaar is voor het wandelseizoen dat nu volop op gang begint te komen in de streek. Mark neemt de groep op sleeptouw naar de Refuge Jean Collet. Deze blijkt nog niet open te zijn maar dat weerhoudt ons er niet van om opnieuw drinkwater aan te vullen en een kruispeiling uit te voeren. We gaan verder en passeren enkele moeilijkere passages op de flanken van de Jas Mouton. We dalen om dan weer te stijgen. We hoopten een fijne bivakplek te vinden op een kleine 2km van de refuge maar besluiten eerst nog wat te eten alvorens verder te trekken. Birger en ik zoeken tevergeefs nog naar wat bivakplekken in de omgeving maar het mag niet zijn. Ongeluik terrein, rotsen of te weinig vlakke stukjes voor al onze tentjes.




Het is al 19u waardoor we na nog even zwoegen en zweten pas rond 20u45 aankomen bij de Habert des Jarlons (1890m). Birger kiest vanacht voor de bivakzak onder open hemel, net zoals Thomas dat de eerste nacht deed. Evi, Mark en ik slapen rustig binnen terwijl de andere hun tentjes met uitzicht op de Chartreuse opzetten. Er is een hudo wat Thomas enorm blij maakt. Fier als gieter stuurt hij een foto naar het thuisfront over zijn ideale schijtplekje in de bergen. We verfrissen ons aan de regenwaterton. Als de zon ondergaat eten we bij kaarslicht rustig nog wat in de abri omdat de muggen het buiten onaangenaam maken. De wind is gaan liggen… maar helaas niet voor lang zo blijkt in de ochtend.



Habert des Jarlons – Lac de la Coche
7.31km / 890m stijgen / 734m dalen
Als ik uit de hut kom rond 7u merk ik dat Jorn al opgeruimd heeft. ‘Die is vroeg’ denk ik. Zijn tentstok heeft het, bij één van de vele windstoten die de nacht bracht, begeven. Het lijkt wel mee te vallen maar hij was dus al wakker om 4u… heeft dan een uur de stokken vastgehouden om dan maar bij het eerste licht op te breken. Beleefd als hij was, liet hij ons rustig in de hut liggen en kwam hij niet vroeg binnen omdat hij ons niet wilde wekken. Jelbrich en Pieter hebben ook een slechte nacht gehad, een tweede na de eerste toch ook al niet zo schitterende nacht.




We kiezen omwille van de lange dag van gisteren voor een kortere dag met meer pauzes en lesmomentjes. Het belooft weer zonnig en warm te worden en al snel merken we dat ook. Na een nieuwe opwarming door Thomas gaat Birger voorop en brengt hij ons vlotjes tot de afdaling naar een kruising van paden onder de Grand Replomb. We slaan af in Noord-oostelijke richting en dalen nu opnieuw af door het bos. We komen aan Ruisseau de Crop waar we diverse doorwadingstechnieken oefenen. Dat verfrist ons en geeft ook wat mogelijkheden om te rusten tijdens de oefeningen door. Jorn gaat nu voorop en brengt ons aan een klein dammetje dat elektriciteit voorziet op basis van het naar beneden gutsende water van de Ruisseau du Muret. Whoeps, opnieuw een doorwading dus… We lunchen er in de schaduw en terwijl de zon de schaduw opschuift doen we een eenvoudige noodsimulatie en testen we diverse draag/verplaatstechnieken voor het verleggen/verzetten van slachtoffers. We gaan rustig bergop… en het is bakken. Het enthousiasme groeit want de deelnemers hadden al afgesproken om zeker een stop te houden bij de Refuge Habert d’Aiguebelle (1740m). We komen licht puffend aan bij de refuge en de drinkwaterbak staat vol frisse pintjes. Mark staat erbij alsof hij twijfelt of hij ze allemaal op moet drinken.


Evi heeft ondertussen ook al één en ander aangegeven over single zijn in de bergen en de mogelijkheden die dat met zich mee brengt “als je zo ene van een hut versiert”. Als splitboardster, surfster, hikester… en ga zo maar even door kan zo’n avontuurlijk type wel van pas komen natuurlijk. Ik bespreek met Pieter en Jelbrich de impact van hun vermoeidheid/hoofdpijn en de mogelijke gevolgen die dat kan hebben op hen gedurende de tocht. Geen fijn gesprek voor hen maar wel noodzakelijk. Omdat we de tijd hebben en het weer zeer aangenaam blijft (zon is beter dan de regen die het weerbericht op voorhand aangaf), stijgen we met z’n allen rustig naar de Pas de la Coche (1990m). Dat stuk verloopt dead slow met veel gelach en anekdotes. Soms is het zelfs moeilijk stappen omdat we te hard aan het lachen zijn. Thomas, die militairen fysiek afmeet, en Evi maken de meeste mopjes. Jorn, meestal rustig, geeft er her en der een zeer droge opmerking bij. Lap erop en telkens weer schieten we in de lach. Die mannen van Oljst toch… Bij een korte pauze geeft Birger ons “een weetje van de dag”. Het wordt een traditie want elke dag komt hij wel met iets nieuws. Slimme keirel dienen Oostendenaoer. Op de pas aangekomen wordt er meteen gekeken voor bivakplekjes. Er staan al meerdere tentjes op en er liggen ook nog enkele mensen te wachten om er nog enkele bij te zetten. We kiezen ons een plekje, koken een potje en wassen ons tussendoor nog even. Kikkervisjes, salamanders en ook een echte Brusselleir zijn te vinden op nog geen 10m rondom onze bivakplek. Mark heeft zich wat lager op de flank gezet maar scoort daarmee weer een prima bivakplek. Rustig en stil maar hij weet wat hij wil! Evi is opnieuw in één van haar gibberbuien geschoten. Jorn maakt het allemaal nog wat erger door de ene droge mop te combineren met catchy oneliners. Het is meestal plezant maar we merken wel dat de dagen hun tol beginnen vergen bij sommigen onder ons.



Lac de la Coche – Refuge des Sept Laux
14.8km / 945m dalen / 1022m stijgen
Het is rustige nacht geweest maar dat heeft helaas de aanhoudende hoofdpijn van Jelbrich nog niet weg doen gaan. Met een kloppend hoofd moet ik het besluit nemen om haar de toch niet verder te laten zetten. Het was gisteren één van de opties en ik leg de redenerig achter mijn besluit uit. Pieter besluit zijn vrouw te vergezellen en samen zullen ze via het brede pad van gisteren afdalen naar de bewoonde wereld. Na het nemen van afscheid van Jelbrich en Pieter vertrekt de groep op pad en dalen we om 7u45 af naar Rivier d’Allemand. De zon is opnieuw aan het branden waardoor we blij zijn als we in de bossen van de steile flank terecht komen. Het is fijn praten met Jorn over zijn kids, hun interesse in de natuur of de avonturen die ze samen kunnen beleven. We komen in het kleine dorpje en nemen een pauze – hoe kan het ook anders als Thomas mee is – om naar het WC te gaan. We kunnen ons afval in de afvalcontainers achterlaten en lopen onder leiding van onze grootste dame over een asfaltbaantje naar de voet van onze klim naar les Sept Laux. Dat gaat vlot terwijl er al eens gefloten, gezongen of geneuriet wordt.


We eten wat kleins en beginnen dan aan de steile klim met vaak grote te overbruggen treden in het pad. Een man met hond toont ons een foto van een passage over de Ruisseau des Sept Laux die moeilijk zou zijn. We gaan even kijken en het blijkt al bij al mee te vallen. Om op zeker te spelen zeker ik alle deelnemers. Gelukkig kennen de meesten hun touwtechnieken nog om een broekje en een prusikknoop te maken. Mark, behulpzaam van nature, helpt de deelnemers aan de ene zijde terwijl ik aan de andere zijde van de gutsende beek met het randonnéetouw ervoor zorg dat niemand ver meegesleurd kan worden. De balken in de rivier helpen ons om de overkant bijna ongeschonden te bereiken. Een stalen kabel zorgt er namelijk voor dat ik, nog voor ik de overkant te bereiken, struikel en mijn knie en scheenbeen wat stoot. Een blauwe plek op mijn knie en mijn ego zijn de letsels van de dag. Omdat die passage toch wel wat tijd en voor sommigen energie vergde lunchen we snel na het oversteken van het water in de schaduw. Evi staat haar mannetje prima met opmerkingen tegen de 5 mannen die al heel de tijd “achter haar gat aanlopen”.






We gaan verder en stijgen zigzaggend tot aan een vlakker stuk. Evi krijgt een bloedneus dus we pauzeren even tot dat euvel verholpen is. We gaan rustig verder en merken dat alles bovenaan het plateau van les Sept Laux goed nat staat omwille van de vele smeltende sneeuw en de regen van de eerdere periode. We kiezen bewust voor een blokkenterrein omdat we dat eigenlijk nog maar amper tegengekomen zijn door het nemen van de vele variante routes. Cols vermijden heeft duidelijk een impact op het landschap waardoor we stapten. We stappen rond Lac de la Sagne en zoeken ons regelmatig een weg over de gutsende beekjes die her en der het landschap doorkruisen. Weerman Birger geeft aan dat er wolken naderen en het wordt ook wat frisser. We stappen door naar Lac de la Corne en vervolgens Lac Jeplan. Het is eigenlijk voor de meesten wel goed geweest… al die meren. We pauzeren eventjes bij Lac du Cos om de hele omgeving te kunnen aanschouwen: Col de la Vache ligt nog volledig bepakt met sneeuw, van boven tot onder aan het meer… Overal liggen plukken sneeuw op de omliggende bergen en het water gutst via rivieren naar beneden. De meander is enorm breed en het is dus een uitdaging om de overkant van de vallei te bereiken… Dat belooft. We trekken onze regenjassen aan want er loert een bui wat verderop. Terwijl we een noodsimulatie uitvoeren vallen de eerste druppen. Het begint te regenen en we gaan op pad, rond sneeuwveldjes (om het breken ervan boven de meanderende beekjes te vermijden), huppelend over drassige stukken grasland, springend van steen naar steen doorheen bredere stroompjes… Het vergt wel wat dus we stoppen regelmatig om te drinken en iets kleins te eten. Aan het einde van Lac du Cos nemen we nog even een groepsfoto om vervolgens een doorwading te overwegen. Birger – smart as always – wijst naar de dam met ladder… “misschien kunnen we het zo doen zonder de schoenen te moeten wisselen en nat te worden?”. Zo gezegd, zo gedaan. Hulpvaardig zoals ze ondertussen allemaal zijn, trekt de groep over de dam en overbruggen we het snel stromende water dat de overvloed kanaliseert naar lagergelegen terrein. Ik spoor wat later weer wat sneeuwvelden om dan het leiden over te geven aan Thomas. Hij brengt ons langs Lac de Cottepens naar de Refuge des Sept Laux. Het is al voorbij 19u dus we zetten meteen de tentjes op en eten wat. Als we uiteindelijk in de hut iets willen gaan drinken is de wirt duidelijk “ik serveer niets meer na 21u…” en het was… 21u05. Bummer zeg. Dan maar een uitleg over nachtoriëntatie zonder een drankje. We spelen een spelletje Uno terwijl we kinkloppen. Tegen 22u trekken naar onze tentjes en tarp terwijl de nacht valt. En toen was er stilte voor de storm zou je kunnen zeggen.




Refuge des Sept Laux – Fond de France
7.1km / 1079m dalen / 65m stijgen
De hemelsluizen gingen open rond 23u30 en ook de wind stak op. Om 2u30 ga ik even rond bij de tentjes en niemand heeft al veel geslapen door de wind. Mark is rustig in de wind, op een kort droog moment, nog wat stormkoordjes aan het bijspannen. Evi en Birger maken er een sport van om met hun voeten het tentzeil tegen te houden voor aanvallen van de wind. Jorn heeft een behoorlijk beschut bivakplekje en staal goed gepositioneerd in de wind. Thomas ligt in zijn tent maar heeft zich in zijn nooddeken gedraaid omdat de regen door een luikje naar binnen geblazen wordt. Zijn slaapzak heeft hij daarom weggestoken en ingeruild voor wat kleren en zijn nooddeken. Mijn tarp staat door de rotsige ondergrond niet strak genoeg gespannen en verliest te vaak zijn vorm en sterkte, met omvallende wandestokken als gevolg. Ik trek naar de hut en geef aan dat iedereen die dat wenst natuurlijk mee mag om er te schuilen tegen de wind. De tentjes houden goed stand en ook de tarptent van Mark staat stevig. Niemand verliest de koelte en iedereen blijft rustig liggen. Zo’n weer in de bergen moet je toch ook eens meemaken tijdens een gevorderdenstage. Thomas kan het niet laten om het ’s ochtends door te steken als hij als eerste de hut bereikt. Ach, dat ego had al een blauwe plek van gisteren en kan dat wel aan. Niemand zong namelijk “hey teacher…” (inside joke om aan te geven “zeg, zwijg nu eens 2 minuten).

Het is nat en het blijft regenen. Ik help iedereen met het opruimen van de tentjes en het verzamelen aan de hut. We debriefen over de nacht en briefen over hoe de laatste wandeldag eruit zal zien. De warmte van de hut doet duidelijk deugd na de klamme ochtend in de tent. We gaan uiteindelijk op stap voor wat een natte klamme en trage afdaling wordt. Het is glad en we schuiven allemaal wel eens van een steen of in de modder. Het is zo zompig dat we soms echt moeten kijken hoe we over een stuk pad geraken. Jorn heeft met zijn maat 50 meestal niet zo’n issue met het water. Zijn boten tornen boven de neergeslagen regen uit maar Birger moet al goed zoeken om het droog te houden. Zijn schoenen hebben afgezien van de vele sneeuwpassages en het sporen. Mark is chill want heeft in zijn barefoots waterdichte sokjes aangetrokken van Sealskins. Die man is in lijn met zijn materiaal. Dat is duidelijk! Plots schiet er een enthousiaste hond naar Birger. Het blijkt de zijne. Ook zijn vriendin is erbij. Ze is al enkele dagen op weg om samen met Birger verder te reizen en is ons tegemoet gewandeld. Het is fijn kennismaken. We dalen met z’n allen af en gaan een foto nemen bij de Cascade de Pissou waarmee de rivier le Breda het water van de vele meren van Les Sept Laux naar beneden klatert. Het is even droog en dat wordt geapprecieerd. We gaan op stap voor de laatste 1,5km van de tocht en moeten nog enkele doorwadingen doen. Met wat gesjoemel met grote stenen kunnen we stepping stones in de river leggen en geraken we behoorlijk droog aan de overkant. Droog als in “droge schoenen” want de rest is doorweekt van de aanhoudende regen van de voormiddag. Ik doe een Thomaske en spurt naar het WC in de Refuge. Als ik aan tafel schuif bij de rest is er net een hele schotel pasta en salade besteld alsook een pintje… Veel beter kan je zo’n tocht niet afsluiten zeg! En dan gaan we naar ons taxibusje dat ons om 14u oppikt. We zijn tegen 15u40 aan onze wagens. We ontmoeten er ook Jelbrich en Pieter en nemen vervolgens afscheid van Birger en zijn vriendin om dan huiswaarts te keren. Het was een uitdagende trip vol variatie, letterlijk en figuurlijk.
Praktische info
Kaartenmateriaal
Wij liepen op de IGN-kaarten van 1:25.000 met nr. 3335OT Grenoble en 3335ET Le Bourg d’Oisans/l’Alpe d’Hues. De kaarten zijn duidelijk en de belangrijkste paden waaronder de GR en zijn varianten staan erop. De markering onderweg is duidelijk en ook de paden zijn herkenbaar. Wel opletten dat je de laatste kaartversie koopt want jaarlijks past men de routes blijkbaar aan. Twijfel je, dan kan je steeds nog even controleren met een gps. Dat is zeker handig om eventuele sneeuwpassages beter in te schatten en het landschap te lezen.
Overnachten
Overnachten is in de Belledonne makkelijk. Er zijn diverse refuges (bemand) en enkele abri’s (onbemande hutjes). Wij kozen voor een wildbivak die bijna overal is toegestaan in de streek (m.u.v. de zones waar schapen aan de hut verblijven).
Bevoorrading
Bevoorraden kan je beperkt in de refuges en gites. Medio juni is nog veel gesloten. Water kan je vaak vinden aan de meertjes maar het is opletten bij sommige meertjes omdat er veel schapen leven. Wij vulden ons water bij aan de hutten of zuiverden ons water via een filter (lifestraw), druppeltjes Hadex of pilletjes van Micropur (forte). Er is weinig winkelgelegenheid in de bergen. Gas en dergelijke kan je wel inkopen in Grénoble of hoger in het gebergte in Chamrousse waar je diverse buitensportwinkels en enkele supermarktjes kan vinden. In de refuges kan je natuurlijk wel maaltijden en tussendoortjes kopen. Water kan je er gratis bij tanken.